SPRILA vergoedt in 2026 ook stationaire batterijen bij private laadinfra. Dit is wanneer die subsidie voor jouw bedrijf echt interessant wordt.
Kort antwoord: een SPRILA-batterij is in 2026 vooral interessant voor bedrijven die laadpalen op eigen terrein willen aanleggen, maar niet onbeperkt netcapaciteit beschikbaar hebben. De regeling van RVO vergoedt voor een stationaire batterij EUR 60 per kWh voor grootbedrijf en EUR 85 per kWh voor mkb, tot maximaal 1.000 kWh per laadlocatie. Sinds 2 juni 2026 is het batterijbudget bovendien verhoogd van EUR 18,5 miljoen naar EUR 45 miljoen. Toch is dit geen automatische kans: de batterij moet logisch passen bij je laadinfra, minstens 70% van de ontladen kWh moet aantoonbaar naar laadstations gaan en de businesscase hangt nog steeds af van netruimte, laadprofiel en projectkosten.
De actualiteit zit in drie concrete datums.
Ten eerste loopt de aanvraagperiode voor SPRILA Aanschaf van 20 januari 2026 09:00 uur tot en met 18 december 2026 12:00 uur, volgens de RVO-pagina die is gecontroleerd op 13 juli 2026. Ten tweede is het batterijbudget op 2 juni 2026 fors verhoogd. In de Staatscourant staat expliciet dat het plafond voor stationaire batterijen is opgehoogd van EUR 18,5 miljoen naar EUR 45 miljoen, omdat juist batterijopslag vroeg in de regeling overtekend raakte. Ten derde liet RVO op 13 juli 2026 nog steeds zien dat er voor batterijen budget beschikbaar was: EUR 45.000.000 beschikbaar tegenover EUR 25.786.973 aangevraagd.
Dat maakt het onderwerp actueel voor ondernemers die in de tweede helft van 2026 nog een keuze moeten maken tussen:
Deze regeling is niet breed bedoeld voor "iedereen met interesse in opslag". RVO richt SPRILA op private laadinfrastructuur bij bedrijven: laadpunten op eigen of gehuurd terrein die niet altijd publiek toegankelijk zijn. Op dezelfde RVO-pagina staat ook wie meestal buiten de regeling valt, zoals overheidsinstellingen en partijen die laadinfrastructuur puur willen exploiteren.
Praktisch betekent dat dat de regeling vooral past bij:
Voor particulieren of een standaard thuislaadpaal is dit dus niet de juiste route. Daarvoor sluit de inhoud op laadpalen of een gewone adviesaanvraag beter aan.
De kernvraag is niet alleen "kan ik subsidie krijgen?", maar vooral: lost de batterij een laadprobleem op dat anders je project vertraagt of duurder maakt?
Een batterij wordt vaker logisch als je situatie lijkt op een van deze profielen:
Juist dan kan batterijopslag helpen om piekbelasting af te vlakken. Dat is ook waarom het onderwerp commercieel relevant is voor Totaaladvies.nl: de batterij is hier geen los product, maar onderdeel van een bredere keuze rond laadinfrastructuur, netruimte en sturing.
Hier zitten de nuances die vaak worden onderschat.
Volgens RVO geldt voor 2026 onder meer:
Die 70%-eis is inhoudelijk belangrijk. De regeling is dus niet bedoeld voor een batterij die vooral op andere momenten geld verdient, terwijl laadinfra slechts het schaamlapje is. RVO kan bovendien gebruiksgegevens opvragen na vaststelling.
Ook relevant: op de RVO-pagina met veelgestelde vragen staat dat software niet gebruikt mag worden om het batterijvermogen te verlagen. Met andere woorden: de technische configuratie zelf moet logisch zijn, niet alleen het verhaal op papier.
RVO laat in de rekenvoorbeelden expliciet zien dat batterij en laadstations logisch bij elkaar moeten passen. Een kleine laadopstelling combineren met een buitenproportioneel grote batterij kan daardoor in de beoordeling stuklopen.
Dat is precies waar veel aanvragen gevoelig worden. Ondernemers redeneren soms:
Maar de regeling kijkt niet alleen naar opslagcapaciteit. Er wordt ook gekeken of het vermogen en gebruiksdoel van de batterij realistisch zijn ten opzichte van de laadlocatie. Daarom is een technische vooranalyse vaak slimmer dan direct een batterij "erbij tekenen".
Het rekenbedrag uit de tabel is niet automatisch het bedrag dat je uiteindelijk krijgt.
RVO wijst er in de veelgestelde vragen op dat de staatssteunruimte het subsidiebedrag kan beperken. De toegestane staatssteunpercentages zijn daarbij 20% voor grote ondernemingen en 40% voor mkb-ondernemingen. Op de pagina met rekenvoorbeelden laat RVO ook zien dat een berekende batterijsubsidie lager kan uitvallen als je projectkosten of steunruimte daar niet bij passen.
Daardoor is de juiste vraag meestal niet:
"Hoeveel subsidie staat er per kWh?"
Maar eerder:
"Past mijn batterijplan technisch en financieel binnen de laadlocatie, de staatssteunruimte en de netbeperking?"
Niet per se. De regelingen dienen verschillende doelen.
SPRILA helpt bij de investering in private laadinfra en eventueel een batterij die daar functioneel bij hoort. Flex-e is juist interessanter als je eerst wilt uitzoeken hoe je flexibel vermogen kunt vrijmaken of welke maatregel technisch haalbaar is bij netcongestie. En netverzwaring blijft relevant als je structureel meer transportcapaciteit nodig hebt dan slim sturen of opslag kan opvangen.
Voor veel bedrijven is de verstandigste volgorde:
Wie dat overslaat, vraagt soms subsidie aan voor een batterij die wel subsidie-technisch past, maar commercieel of technisch niet de beste stap is.
Gebruik deze korte pre-check.
Controleer of je project past binnen de RVO-definitie van private laadinfrastructuur. Volledig publieke uitrol vraagt om een andere route.
De regeling verwacht dat de batterij duidelijk ten dienste staat van de laadstations.
Kijk niet alleen naar kWh, maar juist ook naar kW, laadsessies, gebruiksvensters en je netaansluiting.
Voor veel projecten is dat het verschil tussen een mooie tabelberekening en een realistisch subsidiebedrag.
Denk aan offerte, technische uitwerking, laadlocatie, categorie van je laadstations en een aannemelijke capaciteitsberekening.
Een SPRILA-batterij is in 2026 vooral interessant voor bedrijven die laadpalen op eigen terrein willen realiseren en daarbij tegen een piek- of netcapaciteitsvraagstuk aanlopen. De regeling is actueler geworden door de budgetverhoging van 2 juni 2026, maar de inhoudelijke eisen zijn streng genoeg om impulsaanvragen af te raden. Een batterij is binnen SPRILA vooral logisch als hij aantoonbaar bij je laadinfra past, grotendeels voor laden wordt ingezet en netverzwaring of overdimensionering helpt voorkomen. Laat daarom niet alleen de subsidie, maar ook het laadprofiel en de technische logica vooraf toetsen.
Vraag vrijblijvend advies aan of start bij laadpalen. Totaaladvies.nl kan meekijken of jouw slimste route ligt bij alleen laadinfra, laadinfra met batterij of eerst een andere netcongestie- of subsidiecheck.
Niet in deze vorm. RVO koppelt de batterij binnen SPRILA aan nieuw aan te leggen private laadinfrastructuur. Een losse batterij zonder die laadinfra past dus meestal niet binnen deze regeling.
Volgens RVO is dat in 2026 EUR 60 per kWh voor grootbedrijven en EUR 85 per kWh voor mkb, tot maximaal 1.000 kWh per laadlocatie. Het uiteindelijke bedrag kan lager uitvallen door staatssteunregels en de projectopzet.
Vooral als je op eigen terrein laadinfra wilt realiseren, maar je gecontracteerde vermogen of netruimte het piekvermogen niet goed aankan. Dan kan een batterij helpen om laadpieken af te vlakken.
Nee. RVO positioneert SPRILA voor private laadinfrastructuur bij bedrijven. Voor particulieren gelden andere routes en voor publieke zware laadlocaties is SPULA de relevantere regeling.
Wil je weten wat dit artikel betekent voor jouw woning? Onze adviseurs helpen je vrijblijvend met een plan op maat.
Vraag vrijblijvend advies aanGebruik onze AI-chat om snel antwoord te krijgen op je vragen over verduurzamen en wat het voor jou oplevert.
Start een gesprek